Nepalese Berenklauw

Zelfs de Engeltalige afdeling van Wikipedia maakt het zich gemakkelijk. Daar wordt gemeld dat 'Heracleum nepalense is common in Sikkim and Darjeeling district of India'. Dat is onvolledige informatie, want in de Flora of China uit 2005 wordt gemeld dat deze plant wordt aangetroffen in Bhutan, North and West of Yunnan (China), North East India, Sikkim, Myanmar (Birma) en Nepal. In die landen groeit hij in bossen, bosschages, grassige hellingen en langs wegen. Het lieft doet hij dat op hoogtes tussen de 2,000 en 4,000 boven zeeniveau.
De Nepalese berenklauw is van een behoorlijke formaat, want hij kan een hoogte van twee meter bereiken. Hij is in het bezit van witte bloemen in een wat afwijkende parapluvorm. In mei begint de bloei, terwijl de vruchten vanaf augustus beginnen te rijpen.

De zaden hebben kleine vleugeltjes en, wanneer ze gekneusd worden, komt er een sterke geur van komijn vrij. In diens thuislanden worden deze geurige zaden met tomaten vermalen tot een pasta. Die wordt als fris bijgerecht gegeten bij gekookte groenten.
In de plaatselijke volksgeneeskunst wordt ook gedacht dat de zaden zouden kunnen helpen bij diverse maagproblemen. Van de wortels van de Nepalese berenklauw wordt gezegd dat ze de klachten van hoofdpijn, lepra en neurologische stoornissen kunnen verminderen en bovendien bloedstelpend zijn[1]. De vruchtjes wordt toegepast als tafelzuur, als middel tegen typhus, misselijkheid en overgeven[2].

Met zoveel positieve verhalen zou je bijna vergeten dat hij net zo gevaarlijk is als zijn familieleden. Bijna, maar niet helemaal.

[1] Wangchuk et al: Medicinal plants of Dagala region in Bhutan: their diversity, distribution, uses and economic potential in Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine - 2016
[2] Chhetri et al: Antidiabetic plants used by Sikkim and Darjeeling Himalayan tribes, India in Journal of Ethnopharmacology - 2005

EC breidt exotenlijst uit met Reuzenberenklauw

Binnen de Europese Unie is eindelijk ambtelijk overeenstemming bereikt over het toevoegen van twaalf invasieve exoten aan de bestaande lijst van 37 schadelijke exotische planten en dieren, zoals die vorig jaar is vastgesteld.
Deze toevoeging houdt in dat onder meer de reuzenberenklauw, de reuzenbalsemien, de nijlgans en de wasbeerhond actief bestreden en beheerd moeten gaan worden. Ook zal de handel in diverse tuinplanten zoals mammoetblad, zijdeplant, lampenpoetsergras en ongelijkbladig vederkruid moeten worden gestaakt.

Medio 2016 stelde de Europese Unie een eerste lijst van 37 exotische planten en dieren vast, die op basis van de Verordening Invasieve Uitheemse Soorten in alle landen aangepakt moeten worden om onder meer de inheemse natuur beschermen.

Recent zijn de ambtelijke diensten binnen de Europese Unie het eens geworden over een lijst van twaalf soorten, waarmee de eerdere lijst wordt uitgebreid. Het betreft drie dieren (wasbeerhond, muskusrat en nijlgans), zes landplanten (zijdeplant, mammoetblad, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, microstegium en lampenpoetsergras) en drie waterplanten (alligator weed, smalle waterpest en ongelijkbladig vederkruid).

Verban de Reuzenberenklauw

Als het aan milieukundige Wilfred Reinhold ligt, komt er een landelijke actie om de reuzenberenklauw uit de Nederlandse natuur te verdrijven. "We zijn niet gewend dat er gevaarlijke planten in het veld staan", zegt Reinhold tegen RTL Nieuws.

De voortdurend oprukkende plant groeit van oorsprong niet in ons land en het latexsap kan pijnlijke wonden en blaren veroorzaken. Dat de reuzenberenklauw link is voor bijvoorbeeld spelende kinderen, heeft Zamarra Kok ondervonden. Haar kinderen zitten na het spelen bij de plant onder de blaren. "Ze gillen het uit van de pijn", vertelde ze gisteren.
De plant - niet te verwarren met onze ongevaarlijke inheemse berenklauw - zie je op steeds meer plekken opduiken, zegt Reinhold. "Als we het nu niet aanpakken, worden de problemen alleen maar groter. Het kost veel inzet om de plant te bestrijden, de plant is moeilijk te verwoesten." Dat moet namelijk met wortel en al. Er worden nu schapen ingezet om de plant te bestrijden, maar die eten niet de wortel op. Reinhold twijfelt daarom aan het nut.

Reinhold pleit voor een landelijke actie tegen de plant. Nu zijn er gemeenten die wel iets doen, maar dat is te weinig, vindt hij. Ook wil hij dat er voorlichting komt, want veel mensen weten niet dat de plant zo gevaarlijk is.

De milieukundige wil ook dat de plant niet meer mag worden verkocht. De reuzenberenklauw is ooit als tuinplant geïmporteerd omdat het een indrukwekkende plant leek te zijn.

Bescherm onze kinderen en bestrijdt de reuzenberenklauw!

Purmerend bindt strijd aan tegen berenklauw

Ruim zevenduizend vierkante meter van Purmerends grondgebied is momenteel begroeid met reuzenberenklauw, vooral aan de randen van de wijken Overwhere, Weidevenne en Purmer-Noord. "Het blad geeft een sap af met bepaalde chemicaliën af. Als je dat op de huid krijgt, kan dat reageren met zonlicht waardoor je blaren en brandwonden kunt krijgen."

Nick Johansson van de gemeente Purmerend noemt het 'een plant waar je niet graag in wilt vallen'. "De bladeren vooral niet aanraken. Als je 'm tegenkomt, gewoon voorbijlopen en geen aandacht aan besteden." Het afschrikwekkende uiterlijk van de plant houdt de meeste mensen al opstand, merkt hij op. "Dat is misschien wel een voordeel."

Chemicaliën
Wie het sap van de plant toch op de huid krijgt, loopt dus het risico op brandwonden en blaren. "Dat ziet er best ernstig uit. Maar als je het in je ogen krijgt, kan het zelfs leiden tot blindheid." Vanwege die risico's wil de gemeente chemicaliën inzetten om de plant te verdelgen.

Een welkome boodschap, die veel Purmerenders geruststelt. "Uitroeien", oppert een vrouw voorzichtig. Een ander vindt het vooral een risico voor de jeugdige inwoners van de gemeente. "We hebben zelf kinderen, en als die met die berenklauw in aanraking komen, zou dat niet goed zijn. De kinderen lopen de hele buurt rond, dus dan is het fijn dat het weggehaald wordt."

Zwollenaar verklaart oorlog aan de reuzenberenklauw

ZWOLLE - Hij is schitterend, heel decoratief. Maar ook o zo gevaarlijk: de reuzenberenklauw. Het is de reden waarom Jelle Zijlstra (76) de oorlog aan deze plant heeft verklaard.

Waar de Zwollenaar ook fietst, altijd speurt hij de bermen af. Op zoek naar de grote vijand: de reuzenberenklauw. Zijlstra heeft de oorlog verklaard aan deze exotische plant, die weliswaar prachtig is, maar ook ernstige brandblaren kan veroorzaken bij mens en dier.
Missie
En het wordt tijd voor een beetje hulp bij zijn missie, vindt hij. Want om nou in z'n eentje alle 35 locaties in de stad bij te houden, dat wordt een beetje veel van het goede.

"Om de plant te bestrijden moet je er in het groeiseizoen wel een paar keer naartoe. Je moet 'm omhalen vóórdat-ie bloeit, zodat het zaad zich niet kan verspreiden. En enige tijd later moet je de nieuw opkomende plant opnieuw wegsteken. Tja, 't is een taaie rakker, ook omdat de zaden een enorme kiemkracht hebben: ze kunnen tot vijf jaar later ontkiemen. Het duurt jaren voor je deze plant helemaal uitgeput hebt. Waar ik drie jaar geleden begonnen ben, zie ik nu eindelijk resultaat."

Schop en schoffel 
Binnenkort begint het groeiseizoen van de reuzenberenklauw. Dus gaat Zijlstra weer op pad met schop en schoffel. "Een paar middagen per week ben ik er toch zeker wel mee bezig. Maar ik vind het geen straf hoor, ik hou van fietsen en bezig zijn."

Toch hoopt hij op wat extra hulp. Een eerste oproep in de wijkkrant heeft al wat veelbelovende reacties opgeleverd. En Zijlstra blijft proberen de overheden te overtuigen van het gevaar van de plant. Hij heeft met de gemeente gesproken en die gaat kijken hoe ze hem en andere vrijwilligers kan helpen.

Overwoekerd

De gemeente roeit de plant zelf ook uit als die daar staat waar publiek ermee in aanraking kan komen, maar zegt blij te zijn met de hulp van Zijlstra. De bejaarde Zwollenaar praat binnenkort ook met Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. "Als we niet uitkijken raakt Nederland overwoekerd door deze plant. Dat moeten we niet willen."

Wie Zijlstra wil helpen kan contact met hem opnemen via 038 7850418 of jellezijlstra@telfort.nl

Bron: De Stentor

Terreinbeheerders worstelen met reuzenberenklauw

[Door: Saskia Buitelaar in Binnenlands Bestuur]

Wat is de beste manier om de gevaarlijke reuzenberenklauw te bestrijden? Gemeenten, provincies, waterschappen en andere terreinbeheerders zoeken het antwoord in tegengestelde richting. De stad Utrecht was ontevreden over chemische bestrijding, ook andere gemeenten weren de gifspuit. Waterschap Scheldestromen gaat er juist mee experimenteren; maaien werkt averechts, merken ze in Zeeland.
Het Zeeuwse waterschap gaat de komende twee jaar groeiplaatsen waar reuzenberenklauw de afgelopen tijd werd weggemaaid als proef chemisch bestrijden. Dat blijkt uit een brief van het waterschap aan het Zeeuwse statenlid François Babijn (Partij voor Zeeland). Hij vroeg vorige maand middels een open brief aandacht voor de risico’s van reuzenberenklauw en ander onkruid dat de gezondheid of biodiversiteit bedreigt.

De exotische plant rukte de laatste jaren sterk op in Zeeland, volgens het waterschap en vormt een bedreiging voor de inheemse biodiversiteit. Bovendien is het onkruid gevaarlijk, omdat aanraking met het sap van de plant ernstige brandwonden kan opleveren. Tot dit jaar bestreed Scheldestromen de reuzenberenklauw hoofdzakelijk door maaien, maar dat leidde eerder tot een toename dan een afname van het aantal exemplaren. De verspreiding vindt niet alleen plaats door natuurlijke verspreiding, maar ook via mensen. De zaden blijven kleven aan banden van auto’s, trekkers en maaiers. Het waterschap hoopt dat chemische bestrijding effectiever is, maar houdt er rekening mee dat een afname van het aantal haarden niet direct zichtbaar is, doordat afgevallen zaden van de reuzenberenklauw nog zeker twee jaar kiemkracht houden.

Ook andere terreinbeheerders worstelen met het onkruid. De stad Utrecht gebruikte in voorgaande jaren biologische bestrijdingsmiddelen. Dat werkte goed, maar kon niet voorkomen dat gezonde zaden vanuit andere terreinen de gemeentelijke gronden opwaaiden. Nu bestrijdt Utrecht reuzenberenklauw door maaien, uitsteken en afsteken. Ook veel andere gemeenten doen het op die manier. Op sommige plekken worden ook grazers ingezet, zoals schapen en Schotse hooglanders.

In Duiven ontstond deze zomer commotie nadat een hond zwaargewond was geraakt door contact met het giftige sap van de reuzenberenklauw. Burgers lanceerden een website met informatie over de plant en bevragen gemeenten in de regio over de manier waarop ze die bestrijden. Duiven doet dat door de plant uit te steken en te maaien, op gemeentelijke terrein. In reactie op vragen van de burgergroep liet Amersfoort weten actief samen te werken met onder andere Rijkswaterstaat, waterschap, ProRail en vrijwilligers. Door de plant uit te steken hopen ze voor 2018 de plant de stad uit te krijgen. De gemeente Wageningen meldt dat zij samen met andere gemeenten en de Wageningse Universiteit bekijkt hoe berenklauw het best is te bestrijden zonder gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen.

In de brief aan Statenlid Babijn kondigt waterschap Scheldestromen ook aan om opnieuw te kijken naar een ander onkruid: akkerdistel. Het waterschap gaat bij Wageningen Universiteit het meest recente onderzoek opvragen naar de verspreidingsafstand van zaden van de akkerdistel. Het voor akkerbouwers schadelijke gewas wordt nu alleen bestreden wanneer het zich op minder dan dertig meter van een akker bevindt. Volgens Babijn is die norm controversieel, hij vraagt om nader onderzoek.

Waarschuwing nadat kinderen gewond raakten

Een geval van too little too late...

In de Engelse plaats Bolton kregen ouders de waarschuwing om uit te kijken voor de gevaren van de berenklauw nadat twee jongens in het ziekenhuis moesten worden opgenomen na contact met het gevaarlijke onkruid. Reid Daley, 13, en een vriendje raakte de reuzenberenklauw aan in het Moses Gate Country Park in Farnworth tijdens het spelen. Giftig sap van het onkruid, dat langs kanalen en rivieren groeit, kan de gevoeligheid van de huid bij zonlicht verhogen en daardoor verbranding kan opleveren.
De gemeente Bolton heeft het onkruid ondertussen uit het park laten verwijderen.

Reid en drie vriendjes ontdekten een groepje planten en begonnen ertussen te spelen. De volgende morgen werd hij wakker met uitslag op zijn huid en werd naar het ziekenhuis overgebracht. Hij verklaarde: 'Het vormde blaren toen ik in het zonlicht kwam.' 'Ik had helse pijnen, iedere keer als ik bewoog of iets aanraakte was het alsof iemand me met naalden stak. Het hield gewoon niet op'.

Het hele verhaal is hier te lezen.

Elders in Engeland raakten ook een aantal kinderen kort na elkaar gewond. Zie hier. Tijd voor actie, zo vinden nu de op sensatie beluste kranten. Terecht.
Hoe het wel kan (en landelijk zou moeten) toont de gemeente Amersfoort, waar men al een paar jaar bezig is met de bestrijding van de reuzenberenklauw. In een email schreef de woordvoerder: "Dit doen we niet alleen voor de veiligheid van mens en dier maar ook voor behoud van de biodiversiteit. De reuzenberenklauw is namelijk in staat vrij snel een heel gebied te begroeien en de overige vegetatie te verdringen. Maaien en schapenbegrazing kan helpen maar het kan de plant ook verspreiden. Wij hebben al heel wat proeven gedaan met wat de beste en de veiligste manier is om de plant te bestrijden.

Het streven van de gemeente Amersfoort is om voor 2018 de plant de stad uit te krijgen. Zo het er nu naar uitziet, gaat dat lukken. Dit vergt wel een intensieve samenwerking met Rijkswaterstaat, Waterschap, Prorail en diverse particulieren en de inzet van een twintigtal vrijwilligers. Maar het gaat lukken!"

Meer informatie is hier te lezen.

Reuzenberenklauw in eMagazine Tuin en Landschap

De gevaren van de reuzenberenklauw (en de onwil van Rijkswaterstaat om er daadkrachtig tegen op te treden) worden nu ook vermeld in een nieuw artikel dat zal verschijnen in het eMagazine Tuin en Landschap.
Laten we samen in actie komen tegen de reuzenberenklauw!

Berenklauw in de Soep

In een nog niet zo ver verleden waren mensen voor hun avondeten aangewezen op wat de natuur hen iedere dag te bieden had. De volle schappen van Albert Heijn bestonden immers nog niet.

Borscht is een traditionele soep in Oost-Europa. Men gelooft dat de oorsprong van deze soep gezocht moet worden in de Oekraïne, al zijn andere landen het met die conclusie volstrekt oneens en maken Russen, Wit-Russen, Polen, Letten, Litouwers en zelfs oost-Europese Joden aanspraak op deze soep. De eerste melding van borscht stamt uit het jaar 1884. Borscht wordt in alle Oost-Europese landen gegeten en kan zelfs op het menu staan in delen van Turkije, waar het borç genoemd wordt.
[Foto: Kelly Sue McCormick]
Hoewel borscht een traditionele soep genoemd kan worden, bestaat er geen vastomlijnd recept, maar zullen rode bieten tegenwoordig vrijwel altijd een hoofdrol spelen. In de Oekraïne worden er, al naar gelang het jaargetijde, wel twintig verschillende ingrediënten aan toegevoegd.

Het woord Poolse woord borscht stamt af van het Russische woord borshch, dat ‘berenklauw’ betekent. In tijden van pure armoede, waarin rode bieten nog niet algemeen waren, werden jonge scheuten van de berenklauw als basis voor de soep gebruikt.

Een modern (en smakelijk) recept van borscht is hier te vinden.

Sosnowsky’s Berenklauw

De berenklauw heeft nogal wat familieleden: een stuk of vijftig soorten bewonen de aarde. Er zijn per soort wel wat kleine verschillen aan te wijzen (anders zou het immers geen aparte soort zijn), maar de meeste berenklauwen vertonen zo veel familiegelijkenissen dat het nauwelijks nut heeft ze apart te benoemen.

Sosnowsky’s berenklauw (Heracleum sosnowskyi) vernoemt de Russische botanicus Dmitry Sosnovsky die de plant in 1772 ontdekte. Deze berenklauw was oorspronkelijk inheems op de Kaukasus, het bergachtige gebied op de grenzen van Turkije, Iran en die lappendeken van onrustige landen, die ontstaan is nadat de Sovjet Unie uit elkaar is gevallen. Deze berenklauw kan een hoogte van vijf meter bereiken, de stengel (of stam) kan wel een doorsnede van wel 12 centimeter hebben. Sosnowsky’s berenklauw produceert in het najaar honderdduizenden zaden, die door wind en regenwater worden verspreid.

Zoals te verwachten zit ook de variant weer boordevol furanocoumarines en zelfs de kleinste druppel gif kan bij de mens al blaren en fotosensitiviteit veroorzaken. Het is zelfs zo erg dat men adviseert om bij het snoeien en verwijderen van deze lastpak beschermende kleding, handschoenen en zelfs een gezichtsmaker te dragen.
Ooit leek Sosnowsky’s berenklauw voor dieren minder gevaarlijk te zijn: zij hebben vaak een vacht die de huid tegen direct zonlicht beschermt. Dat directe zonlicht is immers het probleem, want de huid kan na blootstelling geen zonlicht meer verdragen. Tegenwoordig weet men beter, want ook deze berenklauw veroorzaakt, onder andere, bij vee interne bloedingen en diarree[1].

Omdat Sosnowsky’s berenklauw zulke enorme afmetingen kan bereiken, dacht men ooit dat het uitstekend veevoer zou kunnen opleveren. Daarom hebben de autoriteiten van de voormalige Sovjet Unie het een goed idee gevonden om Sosnowsky’s berenklauw aan te planten in landen als de Baltische Staten (Estland, Letland en Litouwen), Wit-Rusland, Polen en de Oekraïne. Zoals iedereen met een beetje inzicht kon verwachten is het probleem in die landen ondertussen volledig uit de hand gelopen. Vele rivieroevers en wegkanten zijn overwoekerd door ondoordringbare bosschages met Sosnowsky’s berenklauw. Uitroeien blijkt niet eenvoudig omdat de zaden jarenlang hun kiemkracht behouden. De gifspuit kan tijdelijk soelaas bieden, maar de plant zal het volgende seizoen vaak weer vanuit de wortels opschieten.

[1] Jakubowicz et al: Heracleum Sosnowskyi Manden in Annals of Agricultural and Anvironmental Medicine - 2012

De Furanocoumarines

Furanocoumarines komen niet alleen voor in berenklauwen, maar ook in uiteenlopende plantensoorten als grapefruits en de vuurwerkplant. Ze worden door die plantensoorten aangemaakt als een verdedigingsmechanisme tegen verschillende vraatzuchtige organismen als insecten en zoogdieren. Zelfs bacteria kunnen slecht tegen deze furanocoumarines en dat is dan ook de reden dat men deze stof in het verleden zelfs onderzocht heeft als potentieel medicijn tegen tuberculose.

Het is immers alom bekend dat de bestaande antibiotica steeds minder effectief is bij de bestrijding van de tuberkelbacterie en dus zoeken wetenschappers naarstig naar een vervanger. Natuurlijk bleek uit laboratoriumonderzoek dat de furanocoumarines de bacteria effectief konden bestrijden (This work supports the ethnopharmacological use of Heracleum maximum ... as a treatment for infectious diseases, specifically tuberculosis)[1]. Omdat furanocoumarines phytophotodermatitis veroorzaken is de vraag hoe je die furanocoumarines veilig in je longen krijgt, waar de ziekteverwekkende bacteria zich ophouden.
Maar die furanocoumarines zijn een klasse van stofjes en ieder stofje binnen die klasse kan een ander en soms onverwacht effect hebben. Bergamottine wordt bijvoorbeeld aangetroffen in grapefruit en daarvan is bekend dat het de werking van bepaalde medicijnen kan beïnvloeden. Daaronder zijn bekende antidepressiva als diazepam (Valium), alprazolam (Xanax) en quazepam (Doral, Dormalin)[2]. Een uitgebreide lijst van medicijnen die door de bergamottine in grapefruit worden beïnvloed is hier te vinden.

De bergamottine remt de werking van bepaalde enzymen in je lichaam die juist nodig zijn om medijnen af te breken. Daardoor blijven sommige medicijnen veel langer in het lichaam dan verwacht en zou je zo maar aan een overdosis kunnen overlijden.

Ook de verschillende furanocoumarines hebben dus verschillende effecten op het menselijk lichaam. De groep die in de berenklauwen verstopt zit levert levenslange littekens op omdat de stofjes de huid erg gevoelig maken voor zonlicht. Daardoor ontstaan er bij contact met die stof snel op brandwonden lijkende letsels op de huid.

[1] O’Neill et al: The Canadian medicinal plant Heracleum maximum contains antimycobacterial diynes and furanocoumarins in Journal of Ethnopharmacology - 2013.
[2] Sugimoto et al: Interaction between grapefruit juice and hypnotic drugs: comparison of triazolam and quazepam in European Journal of Clinical Pharmacology - 2006

Perzische Berenklauw

De Perzische berenklauw (Heracleum persicum) is inheem is, jawel, vochtige bergachtige regio's van Iran en wat aangrenzende landen in de Kaukasus.

De Perzische berenklauw kan, afhankelijk van de kwaliteit van groeiplaats, in het voorjaar in een paar maanden uitgroeien tot een hoogte van zo’n 2,5 meter. De plant vormt meerdere stengels. De borstelig behaarde, holle stengels met op de knopen tussenschotten zijn vanaf de basis roodbruin en tot vijf centimeter dik.
Zoals de meeste van zijn familieleden is ook de Perzische berenklauw ooit geliefd geweest als tuinplant (of een ornamental, zoals het zo mooi in het Engels genoemd wordt). In de meeste landen van West-Europa is zijn grote broer, de reuzenberenklauw, aangeplant als ‘tuinornament’, maar in Noorwegen is in de jaren 30 van de 19de eeuw de Perzische berenklauw de eerste keus geweest. Al aan het eind van die eeuw waren de eerste exemplaren al uit tuinen ontsnapt. Ondertussen is de soort in vrijwel geheel Scandinavië al een overlast gevende verwilderde plant geworden, want die Perzische berenklauw is ook al gespot in zuidelijk Zweden en Delen van Finland.

Niet veel groeit in die contreien en dus wordt de Perzische berenklauw in Tromsø, de grootste stad in Noord-Noordwegen zonder veel liefde de Tromsøpalme (‘de palm van Tromsø’) genoemd[1].
In de Iraanse keuken worden de zaden van de Perzische berenklauw gebruikt als specerij. De zeer kleine zaden zijn aromatisch en ietwat bitter van smaak. Ze worden meestal verkocht in poedervorm en veel te vaak foutief gelabeld als angelica zaad (Angelica archangelica), maar dat is een verwante schermbloemige. Het poeder wordt over tuinbonen, linzen, andere peulvruchten en aardappels gestrooid. Ook soepen en stoofpotjes worden opgepept door het berenklauwpoeder. De Iraniers geloven, net als de Indianen in Noord-Amerika, dat de berenklauw werkzaam is tegen flatulentie, een moeilijk woord voor scheten.

Wat iedereen lijkt te vergeten dat ook in het zaad de gevreesde furanocoumarines huizen. Dat betekent dat het consumeren van verpoederd zaad als specerij ook brandwonden op je lippen kan veroorzaken als je het voedsel in de zon zou gaan opeten.

[1] Alm: Ethnobotany of Heracleum persicum Desf. ex Fisch., an invasive species in Norway, or how plant names, uses, and other traditions evolve in Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine - 2013

Rijkswaterstaat en Berenklauwen

Al een aantal keren heb ik op deze website aan Rijkswaterstaat het advies gegeven om hun brugwachters en sluiswachters opdracht te geven om op rustige momenten actief de reuzenberenklauwen aan te pakken om op die manier een bijdrage te leveren aan de verdere verspreiding. Als rijksdienst ben je immers indirect ook verantwoordelijk voor het welzijn van de bevolking.

Daarom heb ik maar een vriendelijke mail naar Rijkswaterstaat gestuurd met de vraag waarom hun personeel de reuzenberenklauw niet wat actiever bestrijdt.
Al snel kreeg ik antwoord van een voorlichtster die kennelijk een standaard antwoord wel voldoende vond.
Daarop probeerde ik het nog maar een keer in de hoop een duidelijker antwoord te krijgen op mijn vraag.
Het duurde een aantal dagen, maar toen bleek men toch in staat te zijn om een tot treurnis stemmend antwoord te kunnen formuleren: 'bruggen, sluizen etc. worden door Rijkswaterstaat niet gezien als recreatieplekken. Vaak weten ouders zoals in uw geval, dat kinderen niet aan gevaarlijke planten moeten komen en leren hen dat'.

Ik vertaal dat even voor u: Als uw kinderen met vreselijke blaren en brandwonden thuiskomen is het uw eigen schuld. Had u ze maar beter moeten opvoeden.
Enkele minuten na de ontvangst van bovenstaande mail ontving ik echter een aanvullende mail. Kennelijk achtte een leidinggevende het gegeven antwoord toch iets te gevoelloos.
 
In de laatste mail was het probleem voor Rijkswaterstaat ogenschijnlijk opgelost: actief bestrijden is niet (meer) mogelijk omdat er door bezuinigingen en automatisering te weinig bruggenwachters en sluiswachters blijken te zijn. Zucht.


Gewone Berenklauw

De in ons land inheemse gewone berenklauw (Heraclaum sphondylium) wordt gezien als een hoge, meestal overblijvende zomer- en herfstbloeier. Toch moet de kwalificatie ‘hoog’ gezien worden in relatie tot zijn nog grotere broertje, de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum). Omdat de laatste een hoogte van bereiken van wel vier meter of meer en de gewone berenklauw kan reiken tot een meter of twee.

De gewone berenklauw komt voor in bijna geheel Europa, westelijk Azië en noordelijke delen van Afrika. Hij doet het zo goed dat hij na het fluitekruid de meest voorkomende schermbloemige is. Deze berenklauw houdt van bermen, op- en afritten van snelwegen, hooi- en rietlanden en lichte loofbossen. Ook de gewone berenklauw verdraagt herhaaldelijk maaien zeer goed en beweiding slecht. Dat is dan ook de reden dat men zo mogelijk varkens of geiten inzet om de berenklauwen doelmatig te bestrijden. Het maaien van bermen langs snelwegen zorgt er immers voor dat de concurrentie wordt weggemaaid, waardoor de berenklauwen juist meer ruimte en mogelijkheden krijgen om zich te vermeerderen. Leest u even mee, dames en heren van Rijkswaterstaat?
[Foto: http://botanika.wendys.cz]
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Heracleum, vernoemt inderdaad de Griekse held Herakles in zijn Latijnse vorm Hercules. Men verklaart in meerderheid dat de familienaam te danken is aan de immense formaten van sommige familieleden, maar enkele afvalligen geloven dat juist dit een plant is waar Herakles helende crèmes van heeft gemaakt. Daartegen kan worden ingebracht dat de wetenschap deze familie van planten nimmer enig helend effect heeft kunnen betrappen. Het tweede deel, sphondylium, is van Griekse oorsprong, want spondulike (Σπονδυλική) betekent ‘(ruggen)wervel’ en het verklaart de opbouw van de stengel van de gewone berenklauw.

Allereerst is natuurlijk van belang om het verschil tussen een grote gewone berenklauw en een wat klein uitgevallen reuzenberenklauw te kunnen herkennen. De reuzenberenklauw heeft bladeren met scherpere randen en diepere inkepingen. Die van de gewone berenklauw zijn wat meer afgerond. De kleur van de bladeren van de gewone berenklauw is ook wat matter dan die van de reuzenberenklauw. Ik geeft toe: het verschil wordt pas echt duidelijk wanneer je beide planten naast elkaar hebt en met elkaar kunt vergelijken.

Wanneer u de hoop heeft dat de gewone berenklauw minder gevaarlijk of giftig is dan de reuzenberenklauw, dan heeft u het mis, want beide zitten boordevol furanocoumarines en die kunnen, zoals bekend, ernstige brandwonden veroorzaken. Had ik overigens al verteld dat deze stoffen ook kankerverwekkend zijn?

In Roemenië wordt jonge gewone berenklauw gezien als een geneeskrachtig kruid dat zou werken tegen seksuele problemen. Ook schijnt de plant te worden gebruikt om extra energie en uithoudingsvermogen te krijgen, vandaar zijn bijnaam Roemeense ginseng. Zou dát de kracht van Herakles kunnen verklaren?

De Gevaren van de Berenklauw

De meeste mensen weten ondertussen wel dat de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) een behoorlijk gevaarlijke plant is. Maar hoe gevaarlijk wordt nog niet altijd ingezien.

Het sap van de berenklauw bevat giftige organische chemische stoffen die bekend staan als furanocoumarines. Planten maken deze stoffen aan om zich te verdedigen tegen vraatzucht van insecten of zoogdieren[1]. Ook lijken ze een antibacteriële werking te hebben[2]. Het zijn dus potente stofjes en dat blijkt ook wanneer je een volwassen berenklauw wilt verwijderen. Die furanocoumarines zitten in vrijwel alle delen van de plant. De gevaarlijkste concentraties zitten echter in het sap van de dikke holle stengel en dat kan natuurlijk bij het omzagen alle kanten opvliegen. In eerste instantie voel je bijna niets; je denkt hoogstens dat je door een insect gebeten bent.

Wanneer het sap in contact met de huid komt, kan er onder invloed van zonlicht phytophotodermatitis ontstaan: de huid wordt rood en dat wordt binnen 48 uur gevolgd door ernstige brandwonden en blaarvorming.
De blaren kunnen je huid maandenlang teisteren en wanneer ze eindelijk zijn weggetrokken resteren vaak lelijke littekens die eerst rood en daarna bruinig zullen worden. De huid blijft wel tot zeven jaar lang gevoelig voor zonlicht. Laat in de zomermaanden je huid even onbedekt en de roodheid en blaren komen direct weer terug. Het gif verwoest namelijk de natuurlijke UV-bescherming van de huid en dus blijft je huid jarenlang hypergevoelig voor de ultraviolette straling van zonlicht.

Ook even in de ogen wrijven met je handen (of handschoenen) waarop het gif van de berenklauw zit is geen goed idee: het sap kan tijdelijke of zelfs blijvende blindheid veroorzaken.
Wat kun je doen om de schade te beperken? De gifstoffen in het sap van de berenklauw hebben zonlicht nodig om te reageren te worden. Zonder zonlicht is het sap dus relatief onschadelijk. Pak de berenklauw daarom bij voorkeur aan nadat de zon al is ondergegaan. Als het toch fout is gegaan en je bent onverhoopt in aanraking gekomen met het sap van de berenklauw, dan moet je de aangetaste lichaamsdelen direct bedekken om te voorkomen dat zonlicht de gifstoffen activeren en daarna onmiddellijk met water en zeep afwassen.

Zoals ik vroeger geleerd heb: je kunt beter in een vervuilde sloot springen om brandwonden te voorkomen of verminderen dan om te lang te zoeken naar schoon water. Voor de mogelijke infecties als gevolg van dat vieze slootwater hebben ze later wel een antibioticakuurtje.

Tips bij het aanpakken van volwassen reuzenberenklauwen:
- Pak de reuzenberenklauw bij voorkeur aan nadat de zon al is ondergegaan
- Hou water en zeep alvast in de buurt
- Raak de reuzenberenklauw niet aan met de onbedekte huid
- Raak de onbedekte huid niet aan met werkhandschoenen waarop het sap kan zitten
- Voorkom dat zonlicht de huid bereikt wanneer je bezig bent berenklauwen te verwijderen
- Hou voldoende afstand omdat het sap meer dan een meter ver kan spatten
- Smeer je vooraf goed in met zonnebrandcrème (om dat zonlicht zo lang mogelijk van je huid te houden als het toch mis gaat)
- Stop je kleren direct in de was, raak ze niet zonder handschoenen aan en draai de was direct - maak het gebruikte gereedschap direct schoon met water en zeep

[1] Berenbaum: Furanocoumarins as potent chemical defenses - 2010
[2] O’Neill et al: The Canadian medicinal plant Heracleum maximum contains antimycobacterial diynes and furanocoumarins in Journal of Ethnopharmacology - 2013

Amerikaanse Berenklauw

De hele familie van de berenklauwen (Heracleum spp.) bestaat uit ruwweg 60 verschillende soorten. Maar ondanks het feit dat we van vele berenklauwen weten dat ze schadelijk, giftig of invasief kunnen zijn, is er maar bitter weinig echt wetenschappelijk onderzoek naar deze plantenfamilie verricht.

Wat we wel weten is dat in Amerika slechts een enkele berenklauwensoort inheems is: de Cow Parsnip (Heraclaum maximum) ofwel de ‘koeienpastinaak’. De plant staat ook wel bekend als Indian Celery (Indiaanse selderij). Laten we hem in Nederland maar de Amerikaanse berenklauw gaan noemen.

Ook biologen zijn het bij deze berenklauw met elkaar oneens omdat er diverse wetenschappelijke namen aan de Amerikaanse versie worden toebedeeld.
[Foto: www.islandnature.ca]
Met een soortnaam als maximum wordt direct duidelijk dat we hier niet te maken hebben met een kleine berenklauw en inderdaad kan ook deze plant uiteindelijk een hoogte bereiken van twee meter.

Diverse Indianenstammen hebben in de loop der tijden wat toepassingen bedacht voor de Amerikaanse berenklauw. De jonge stelen en bladstelen werden gebruikt als voedsel. De wat kleinere gedroogde stelen werden toegepast als rietje om ouderen en ziekten toch wat soep of vocht te laten binnenkrijgen. Een aftreksel van de bloemen werd over het lichaam gewreven om vliegen en muskieten af te weren.

Maar u weet ondertussen hoe berenklauwen zijn: ook in Noord-Amerika is de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) opgedoken. Ook daar zijn ze hem al zo zat dat ze de reuzenberenklauw officieel als een Federal Noxious Weed hebben aangewezen. Dat maakt het illegaal om een exemplaar of zaden van die plant in de Verenigde Staten zonder vergunning te importeren, exporteren of zelfs van de ene Amerikaanse staat naar de andere te transporteren.

Is de berenklauw eetbaar?

Mensen, die zich één met de natuur voelen, zullen u proberen duidelijk te maken dat ook de berenklauw een plek verdient in onze nationale keuken. Deze website zal zeker niet een actie starten om de directie van Albert Heyn te dwingen om de berenklauw in de schappen van de groenteafdeling te laten opnemen. Toch dwingt de objectiviteit ons om eens naar de potentiële kwaliteiten van de gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) te kijken.
De gewone berenklauw is een plant die ondertussen veel langs akkers, dijken, spoorwegemplacementen, bruggen, sluizen en bermen te vinden is. Ook langs bosranden voelt deze wilde ‘groente’ zich prima thuis. De plant komt in heel europa voor en wordt maximaal zo’n 100 tot 150 cm hoog. Dit gegeven is belangrijk, want de reuzenberenklauw kan wel 4 tot 6 meter hoog worden en is bijzonder giftig bij aanraking. Contact met het sap van de reuzenberenklauw kan vreselijke brandwonden veroorzaken, blijvende littekens achterlaten en een blijvende overgevoeligheid voor licht. Alle soorten berenklauw bevatten een etherische olie die huidirritaties kan veroorzaken.

De verse jonge blaadjes van de gewone berenklauw hebben een bijzondere smaak die door liefhebbers wisselend omschreven wordt als een (vreemde) combinatie van komkommer, kokos en mandarijn.

De jonge blaadjes van de gewone berenklauw kunnen soms al halverwege maart worden geoogst. De blaadjes vallen op door de sterke groef in de bladsteel. In dit stadium hoef je niet bang te zijn voor de giftigheid van de berenklauw, zelfs als je per ongeluk blaadjes van de reuzenberenklauw oogst.

De wortel van de berenklauw is, volgens de overlevering, gekookt eetbaar. Wel is het verzamelen van de wortels een riskante zaak. Wortels zijn immers veel lastiger te herkennen en elk jaar vallen er in Europa slachtoffers door het eten van wortels van op berenklauwen lijkende, maar veel giftiger plantensoorten.

Berenklauw en Hogweed

Ooit groeide in West-Europa alleen de gewone berenklauw (Heracleum sphondylium). Pas in de Victoriaanse tijd werden de reusachtige varianten ingevoerd om eerst Engelse tuinen op te fleuren. Daarna volgden tuinen in Westelijk Europa al snel. Iedereen wil immers graag met de heersende mode meegaan. Dat is, zoals bekend, behoorlijk uit de hand gelopen en de Nederlandse bermen, spooremplacementen en slootkanten worden tegenwoordig overwoekerd met de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum). In Noorwegen wordt diens bijna even grote broertje de Perzische berenklauw (Heracleum persicum) aangetroffen, maar die heeft onze contreien nog niet bereikt.
[Foto: www.botany.cz]
Waarom heet deze plantenfamilie in ons land ‘berenklauw’ en waarom noemen ze de berenklauw in Engeland hogweed? De Nederlandse familienaam ‘berenklauw’ hebben de planten gekregen vanwege de grote, ruigbehaarde bladeren van de (gewone) berenklauw, die vaag aan de klauw van een beer deed denken.

In Engelstalige landen noemt men de berenklauw hogweed. Dat is te vertalen als ‘varkenskruid’ of zelfs ‘varkensonkruid’. De planten waren zo onverteerbaar dat men alleen varkens geschikt vonden om ze te consumeren. En geiten natuurlijk, maar die werden deze keer over het hoofd gezien bij de naamgeving.

Reuzenberenklauw

Het is weer de tijd dat de reuzenberenklauw met zijn grote witte bloemenschermen uitgroeit tot een soms metershoog onkruid. Omdat er ook een inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) bestaat en zijn exotische broertje een flink stuk groter is, wordt hij afwisselend reuzenberenklauw of grote berenklauw genoemd. De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is in Nederland dus een exoot en dat betekent dat de plant hier niet van nature voorkomt. Oorspronkelijk komt de reuzenberenklauw uit Azië, maar hij is ergens in de negentiende eeuw als tuinplant in Noordwest-Europa geïntroduceerd. Tijden veranderen en de berenklauw wordt tegenwoordig nergens meer aangepland omdat hij niet meer past in de huidige kijk op het inrichten van onze tuin. Zij verspreiding is afhankelijk geworden van te weinig gemaaide bermen. En die zijn er meer dan voldoende.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Heracleum, betekent Heracles, de Griekse vorm van de held Hercules. Een passende naam voor een schijnbaar onverwoestbare en gigantische plant. Het tweede deel, Mantegazzianum, eert de Italiaanse pionier op het gebied van onderzoek naar drugs en legendes over planten: Paolo Mantegazza (1831-1910).

De berenklauw is erg kiemkrachtig, heeft daardoor heel veel zaadjes en zaait zichzelf daardoor razendsnel uit. Op zich is dat geen probleem, maar aan de reuzenberenklauw kleven nogal wat nadelen. Het sap van de plant bevat namelijk een stof, psoraleen, die de menselijke huid erg gevoelig maakt voor zonlicht. Daardoor ontstaan er bij contact met die stof snel op brandwonden lijkende letsels op die huid. Al na 24 uur krijg je last van rode en jeukende vlekken, zwellingen en blaren. Het kan wel twee weken duren voordat de wond echt genezen is. Een lelijk bruinig litteken kan levenslang als een vervelende herinnering aan het contact met die plant overblijven. Bij inname, zelfs van zeer kleine hoeveelheden, is het sap giftig en kan bij kinderen zelfs snel tot de dood leiden.
[Foto: www.traveltop.net]

Het is dus een heel goed idee om al het contact met de plant te vermijden en hem onmiddellijk uit je tuin te verwijderen als je hem daar aantreft.

We zien de reuzenberenklauw tegenwoordig voornamelijk langs snelwegen en op af- en aanritten van bruggen en viaducten. Je zou verwachten dat Rijkswaterstaat, de rijksdienst die belast is met het onderhoud van die snelwegen en de daarbij behorende bermen en kunstwerken, aan zijn ambtenaren de eenvoudige opdracht zal hebben gegeven om die gevaarlijke en niet inheemse berenklauw met wortel en tak uit die bermen te verwijderen. Maar nee, dat is niet het geval. Geen prioriteit en geen tijd. Dat is erg jammer omdat hiermee een vervelend onkruid ongestoord de kans krijgt om zijn vaste plaats in het Nederlandse landschap te verwerven.

Als vlijtige brugwachters en sluismeesters twee jaar lang consequent de opschietende berenklauwen uit hun bermen zouden gaan verwijderen, zou de bevolking (en zeker de veel meer gevaar lopende kinderen) veel minder kans lopen op onnodige en bijzonder pijnlijke brandwonden en ontsierende bruinige littekens. Dat gebeurt dus zeker niet.